Dicht op gedicht doet dichten

Dicht op gedicht doet dichten

Rian Visser bij groep 5 van meester Jan

Zelf een beetje dichten, lijkt dat jullie wat? vraagt Rian Visser aan groep 6B van de Bavinckschool in Haarlem-Noord? De leerlingen voelen er wel wat voor. Op het digibord een gedicht van Ted van Lieshout. Maar het is geen gewoon gedicht, het is een randgedicht, een stukje poëzie waarbij één woord ontbreekt.

Zelf een beetje dichten, lijkt dat jullie wat? vraagt Rian Visser aan groep 6B van de Bavinckschool in Haarlem-Noord? De leerlingen voelen er wel wat voor. Op het digibord een gedicht van Ted van Lieshout. Maar het is geen gewoon gedicht, het is een randgedicht, een stukje poëzie waarbij één woord ontbreekt.

Een man en een vrouw zitten op het strand. De man kijkt naar haar of zij de mooiste vrouw op aarde is, terwijl iedereen kan zien dat dit niet zo is. Dan komt het cruciale stukje: ik zou het …………gaan vertellen. ‘Welk woord heeft de dichter hier neergezet? Vingers gaan omhoog. ‘Helemaal’, zegt een meisje. ‘Graag, moet er staan’ vindt een ander. Of zou snel door de dichter gebruikt zijn? Echt, misschien, liever en niet worden ook nog aangedragen. Het goede woord staat er nog niet bij, maar dat geeft niet. Het op een speelse manier omgaan met taal staat voorop.

Tien weken lang komt er elke week een raadgedicht te staan op www.raadgedicht.nl. Elke maandag een nieuw gedicht van bekende schrijvers als Iris Boter, Hans Hagen en Koos Meinderts. Op vrijdag wordt het juiste woord onthuld.

Rian Visser is kinderboekenschrijfster en twee jaar bezig geweest dit project van de grond te krijgen. Sponsors waren daarbij onontbeerlijk. Die waren in eerste instantie moeilijk te vinden. Visser: ‘de dichters die ik benaderde waren wel direct enthousiast. Toen de sponsors al die bekende namen hoorden die mee wilden doen kwamen ze alsnog met geld over de brug.’ Rian ziet het project als een cadeautje voor het onderwijs, maar zelf krijgt ze er ook veel voor terug. ‘Ik beleef zoveel plezier aan het contact met de dichters, de interactie op sociale media, het bezoeken van de klassen en het lezen van de inzendingen. Dit lijkt totaal niet op werk’, lacht ze. De bedoeling is het volgend jaar weer te gaan doen.